
Werkverslag van Paul
**Tweede werkbezoek in het kader van de Stratgic Journey van de Sint-Dominicusregio, Tanzania, **verslag door Paul Segers, mentor-coach
Het kader
In het voorjaar van 2026 besliste de regionale leiding van Tanzania, onder Br. Gilbert Kato Kilasa, om een “Strategic Journey : Called to Serve, Ready to Transform ” op te zetten: een traject in vijf fasen, van het mobiliseren van gedeeld eigenaarschap over een inventaris van de bestaande realiteit, naar een meer transparant financieel beleidd, een vernieuwde bestuursstructuur en een strategisch meerjarenplan. Met als enig ultiem doel : de continuering van de apostolische missie van de Congregatie in deze regio.
Fracarita International stelde hiervoor een mentor-coach ter beschikking. Die opdracht is afgelijnd: de samenhang van het proces bewaken, de regionale en lokale leiding versterken, complexiteit vertalen in werkbare stappen en de afstemming tussen zending, bestuur en financiën bewaken. Uitgaande van een expliciet bottom-up en strength-based model.
Het tweede werkbezoek en zijn doelstellingen
Het tweede werkbezoek van 2026, van 2 tot 17 september, bereikte alle negen gemeenschappen en twaalf entiteiten, van Dar es Salaam tot Kigoma, Marumba en Tabora. Met twee doelstellingen: nagaan hoe de uitgangspunten van de Journey en de bevindingen van de inventaris (mei-juni) door de Broeders zelf werden ervaren, het co-ownerschap verstevigen en per communauteit en entiteit drie concrete doelen vastleggen voor de komende zes maanden.
Deze doelstellingen werden grotendeels bereikt. De steun (en noodzaak) voor de Journey werden sterk uitgesproken. Het gedeeld eigenaarschap, de noodzaak tot meer zelfredzaamheid, het streven naar professioneler en transparanter management en de erkenning van het groeiend ‘servant leadership’, maken steeds meer deel uit van de dagelijkse taal. Elf van de twaalf plaatsen legden hun doelen vast, één ervan zelfs in een ondertekend actieplan dat als model kan dienen.
De uitdagingen
Een evaluatie benoemt ook wat het traject in de weg staat, te beginnen met wat het zwaarst weegt.
Het blijvende structurele tekort aan middelen. Een scherpe realiteit die door alle domeinen heen loopt en de marge van elke andere verbetering bepaalt. Middelen ontbreken voor de meest diverse doelen : het onderhoud van de gebouwen, het vervangen van apparatuur en werkingsmiddelen, het productief maken van braakliggende gronden tot het verzekeren van een menswaardige leefomgeving voor de Broeders zelf. Bovendien heeft de overgrote meerderheid van de Broeders nog steeds geen enkele vorm van ziekteverzekering (enkele schrijnende gevolgen blijven de coach voor altijd bij). Amper twee entiteiten zijn in staat om hun uitgaven te dekken met zelf gegenereerde inkomsten en is afhankelijk van de regionale overdracht die op haar beurt zelf gevoed wordt door de (slinkende) solidariteit van de Congregatie en enkele externe schenkers. Deze – overal voelbare - spanning is de meest beklemmende vaststelling van dit bezoek.
Organisatie en bestuur. Tijdens het bezoek werd een vernieuwde “governance structuur” uitgebouwd en geformaliseerd, wat eveneens een antwoord en een ondersteuning kan bieden voor een aantal suboptimale realiteiten.
Financieel beleid. Op dit moment wordt hard gewerkt aan het herdenken, herwerken en afstemmen en ondersteunen van een transparanter en correcter beleid. Met o.a. een eigen bankrekening voor elke communauteit en entiteit (voor 31-12-2026), een aantal templates en handleidingen, een uniformer rekeningstelsel, heldere bevoegdheden en controles (incl. interne audit) waarin toezicht en uitvoering worden onderscheiden. Dit alles ondersteunt door (meer) coachingen op het terrein.
Personeelsbeleid en basisattitudes. De regio heeft nood aan een motiverend HRM-beleid voor Broeders en lekenmedewerkers: schriftelijke contracten, vormingen die afgestemd zijn wat de werken over vijf en tien jaar nodig hebben, opvolging en evaluatie. Dat HRM beleid moet ook de professionele basisattitudes als fundament (op bepaalde plaatsen nog steeds problematisch).
Kwaliteit van zorg. Ook hier zijn de uitdagingen nog steeds tast- en voelbaar. De psychiatrische centra staan o.a. voor de uitdaging van de overgang naar een meer herstelgericht en holistisch zorgmodel, wat de juiste gerichte vorming vraagt (zowel qua inhoud als qua focusgroep). Ook hier echter is de uiterst krappe budgettaire context een choquerende realiteit.
Ons tweede bezoek werd afgesloten met een ontvangst en – verrassend open - gesprek met onze nieuwe Ambassadeur van België, mevr. Lot Debruyne.
En toch ...
En toch blijft doorheen dit alles één realiteit overeind. Niet de barsten in de muren. Niet de lege rekeningen. Niet de lijst van wat niet kan. Wat overeind blijft, is de authenticiteit van de overgrote meerderheid van de Broeders.
Wij zagen hen aan het werk, in bijzonder moeilijke omstandigheden en met amper middelen. Wij zagen hoe zij doorzetten waar anderen zouden opgeven. Hoe zij van niets toch iets maken. Hoe zij, in plaats van te wachten op hulp, nadenken over hoe zij zelf meer zelfvoorzienend kunnen worden. En hoe zij, ondanks alles, blijven geloven in hun Missie en in hun humanitaire opdracht voor de allerzwaksten.
Dat is het echte fundament waarop deze regio kan steunen. Niet de gebouwen, maar de mensen erin. Niet de middelen, maar de overtuiging.
Ons meevoelen met hun lijden was groot. Onze frustratie en onze verontwaardiging over wat niet mogelijk was, in de eerste plaats door gebrek aan middelen, waren dat ook. Maar wat wij bij hen zagen, was groter. Het oversteeg onze frustratie. Het oversteeg onze verontwaardiging. Het overstijgt elke twijfel over de zin van dit traject.
Die laatste ervaring is wat blijft. En zij is de reden waarom wij verdergaan.
Pamoja tunaweza: samen kunnen we het.



